Ga naar de inhoud

GGD altijd al midden in de samenleving

Voorlopers GGDrU: Het is 1 januari 1913 als de eerste grote voorloper van onze GGDrU - de Gemeentelijke geneeskundigendienst in Amersfoort - wordt opgericht. Het Amersfoortse stadsbestuur vraagt de gemeentegeneesheren om wijkgericht geneeskundige zorg te bieden aan armen in de stad. Ook moeten zij zich bezighouden met het bevorderen van de hygiëne, doodschouw en het inenten van mensen tegen infectieziekten (m.n. koepokken).

Schoolarts Maarten van der Hoeve wordt aangesteld als directeur. Zijn belangstelling gaat met name uit naar hygiëne- en sociale vraagstukken. Hij zet zich in voor goede voeding voor kinderen, bekommert zich om de noden van armen en misdeelden en behandelt de meer dan een miljoen in Amersfoort aangekomen Belgische vluchtelingen.

Twee jaar later, in 1915, wordt een tweede grote voorloper van GGDrU opgericht; de Utrechtse Gemeentelijke Geneeskundige Dienst met aan het hoofd directeur A. Schuckink Kool. Voor 1915 kende Utrecht ook al een vorm van gezondheidszorg, de ‘commissie voor Geneeskundig Toevoorzigt’, die zich inzette voor het voorkomen en beperken van de verspreiding van besmettelijke ziektes als cholera (1832-1833) en mazelen (1833). Net als in Amersfoort, is er in Utrecht een wijkstelsel waarin de gemeente-arts als sociaal geneeskundige van de wijk fungeert op het hele takengebied van de GGD. Onder leiding van Schuckink Kool worden ‘gezondheidswoningen’ ingericht, met goede ventilatie, licht etc., voor gezinnen met een tuberculose patiënt. In 1930 wordt de term ‘Gezondheid’ toegevoegd aan de naam van de GGD en wordt de naam gewijzigd in Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD).

Op 1 januari 1941 wordt Antoon Tellegen gevraagd om directeur te worden van de zojuist opgerichte GG&GD Zeist (Gemeentelijke Geneeskundige & Gezondheidsdienst). Deze jonge arts doet wat hij kan om mensen in nood te helpen. Hij geeft medische verzorging aan vluchtelingen voor het naziregime en regelt voor hen soms illegale ziekenhuisopnamen. Hij keurt Zeistenaren af die worden opgeroepen voor de Arbeitsansatz. In zijn eigen huis verleent hij onderdak aan Joodse vluchtelingen. Gebruikmakend van de auto waar hij als GG&GD-arts de beschikking over heeft, onderhoudt hij contacten tussen spionagegroepen. In 1943 wordt hij verraden en gefusilleerd. Postuum ontvangt hij voor zijn bijzondere moed en optreden het Nederlandse Verzetskruis en de Yad Vashem onderscheiding.

Principes nog steeds overeind

In de afgelopen 100 jaar zijn mensen steeds langer gaan leven en zijn Nederlanders overwegend tevreden over hun gezondheid en hun bestaan. Met de veranderende omstandigheden zijn ook de taken en rol van de GGD meebewogen. De principes van voorgangers als Van der Hoeve, Schuckink Kool en Tellegen staan voor de medewerkers van GGDrU van nu echter nog steeds overeind: Betrokkenheid bij de inwoners, midden in de maatschappij staan, opkomen voor de kwetsbaren in de samenleving, doen wat nodig is, stelling durven nemen en kennis delen.