Ga naar de inhoud

Taken

De wettelijke taakopdracht van de regionale gezondheidsdienst (GGDrU) is het uitvoeren van de bij of krachtens de Wpg aan de colleges van burgemeester en wethouders opgedragen taken (art. 14 lid 1 Wpg). Het gaat expliciet om een uitvoeringsdienst van collegebevoegdheden. De bevoegdheden van de gemeenteraad uit de Wpg  worden niet ondergebracht in GGDrU. Dat kan ook niet, gelet op het feit dat de gemeenschappelijke regeling moet worden getroffen door de colleges van burgemeester en wethouders (art. 14 lid 1 Wpg). Bij een gemeenschappelijke regeling die uitsluitend getroffen is door colleges van burgemeester en wethouders mogen geen raadsbevoegdheden worden overgedragen, ook niet vrijwillig (art. 30 lid 1 Wgr).

Wettelijke taken

De algemene taak van het college van burgemeester en wethouders in de Wpg is het bevorderen van de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming daarvan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (art. 2 lid 1 Wpg).

GGDrU voert dit voor het college uit en zorgt daartoe in elk geval voor:

  • epidemiologisch onderzoek (art. 2 lid 2 onder a Wpg);
  • informatieverzameling voor advisering voor de nota gezondheidsbeleid (art. 2 lid 2 onder b Wpg);
  • bewaken van gezondheidsaspecten in beslissingen van het bestuur van de regionale GGD, maar ook in besluiten van de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders of de voorstellen die zij aan de raden doen (art. 2 lid 2 onder c Wpg);
  • preventieprogramma’s en gezondheidsbevordering (art. 2 lid 2 onder d Wpg);
  • medisch milieukundige zorg (art. 2 lid 2 onder e Wpg);
  • technische hygiënezorg (art. 2 lid 2 onder f Wpg);
  • psychosociale hulp bij rampen (art. 2 lid 2 onder g Wpg);
  • prenatale voorlichting van aanstaande ouders (art. 2 lid 2 onder h Wpg);
  • jeugdgezondheidszorg (art. 5 Wpg);
  • ouderengezondheidszorg (art. 5a Wpg);
  • infectieziektenbestrijding (art. 6 Wpg), waaronder:
    • algemene preventie;
    • bestrijden tuberculose;
    • bestrijden seksueel overdraagbare aandoeningen;
    • bron- en contactopsporing.

Hoofdregel is dat al deze Wpg-taken van de colleges van burgemeester en wethouders door de regionale gezondheidsdienst in casu GGDrU worden uitgevoerd (art. 14 lid 1 Wpg). De prenatale voorlichting en het grootste deel van de jeugdgezondheidszorg moeten in beginsel ook regionaal worden opgepakt, tenzij het college van burgemeester en wethouders anders beslist (art. 14 lid 4 Wpg).

Het college van burgemeester en wethouders kan zelfstandig beslissen dat deze taken door een ander worden uitgevoerd, zoals door een eigen gemeentelijke dienst of een (ander) lichaam op grond van een gemeenschappelijke regeling.

Taken op grond van andere wetgeving

In de Wet kinderopvang zijn ook taken opgenomen, die door de GGD moeten worden uitgevoerd.

In artikel 1.61 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen staat dat het college van burgemeester en wethouders de directeur van de GGD (= de directeur Publieke Gezondheid) als toezichthouder moet aanwijzen ten aanzien van de kwaliteit van kindercentra, de voorzieningen voor ga

stouderopvang en gastouderbureaus. Het is daarmee een taak die wordt uitgeoefend onder aansturing van het bestuur van de regionale gezondheidsdienst.

Op grond van artikel 2.19 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen wordt de directeur van de GGD ook aangewezen als toezichthouder ten aanzien van peuterspeelzalen.