Ga naar de inhoud

Langer gelukkig en gezond zelfstandig

Lang gelukkig en gezond zelfstandig leven begint al bij de geboorte en hangt samen met een gezonde leefomgeving. Gezond ouder worden is dus van alle leeftijden. Het thema wordt maatschappelijk steeds belangrijker omdat het aantal ouderen de komende decennia sterk stijgt. Ouderen wonen steeds langer zelfstandig thuis en willen regie blijven houden over het eigen leven. Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met problematiek als eenzaamheid en beperkingen in mobiliteit. GGDrU zet in op preventie bij ouderen om ertoe bij te dragen dat deze problemen uitblijven of verminderen en de eigen regie of zelfredzaamheid wordt versterkt. Bij het vormgeven van preventieve ouderenzorg is het van belang in te zetten op een gezonde leefstijl en het vergroten van de veerkracht van ouderen. En op een slim ingerichte leefomgeving die bewegen stimuleert en waar ouderen veilig kunnen wonen met toegankelijke en passende voorzieningen.

Integrale aanpak voor langer gelukkig en gezond zelfstandig

Een gezonde leefstijl is een belangrijk middel om langer zelfredzaam te leven en regie te kunnen voeren over het eigen leven. Gezond eten, niet roken, lichamelijk actief zijn en geen gebruik van middelen, als drugs en alcohol, maken wel degelijk verschil voor volwassenen van alle leeftijdsgroepen. Bij het bevorderen van een gezonde leefstijl is het belangrijk om gezond gedrag als kind aangeleerd te krijgen en om een duurzame gedragsverandering na te streven. Zo’n gedragsverandering vergt een lange adem. De fysieke en sociale (school)omgeving kan een gezonde leefstijl helpen initiëren, ondersteunen en verduurzamen.

Gezond opgroeien, leven en vitaal oud worden is van meer factoren afhankelijk dan alleen de persoonlijke keuzes die mensen maken. Het is belangrijk dat inwoners in de regio daadwerkelijk in staat worden gesteld om gezonde keuzes te maken en zelf mee kunnen doen in de leefomgeving om aan de eigen gezondheid te werken. Hiervoor zijn collectieve keuzes op niveau van de bevolking dus randvoorwaardelijk.

Het is relevant rekening te houden met de verschillen in gezondheid en sterfte tussen mensen met een hoge en mensen met een lagere sociaaleconomische positie in de maatschappij. Lager opgeleide mensen leven gemiddeld korter en hebben een minder goede gezondheid. Het vermogen tot zelfzorg en zelfmanagement speelt een grote rol bij gezondheid. Binnen de geschatte 29% van de bevolking met geringe gezondheids-vaardigheden zijn laagopgeleiden, ouderen, migranten, licht verstandelijk beperkten en mensen met een psychiatrische aandoening sterk vertegenwoordigd. Laaggeletterdheid en daarmee gepaard gaande lage gezondheidsvaardigheden zijn risico’s voor zelfstandig gezond ouder worden. Denk aan het niet begrijpen van gezondheidskennis, verkeerd medicijngebruik, minder bewegen en het niet kunnen verwoorden en duiden van gezondheidsklachten.

Ook is het van belang om het hebben van sociale contacten te zien als positieve factor voor de gezondheid. Het uitdagen van ouderen om mee te blijven doen in vrijwilligerswerk, een doel te hebben, er toe doen en iets nieuws te leren blijkt van onschatbare waarde voor het behoud van eigenwaarde en regie. Ouderen zelf een rol geven bij de bevordering van en promotie rondom prettig ouder worden is de beste aanpak. GGDrU vindt het belangrijk mensen te stimuleren om gezond(er) te leven en daarbij aandacht te hebben voor de kwaliteit van leven. 

Bij langer gelukkig en gezond zelfstandig besteden we tevens aandacht aan eenzaamheid. Wel of niet contacten hebben of eenzaamheid ervaren heeft gevolgen voor gezondheid, kwaliteit van leven en meedoen en ontstaat door verschillende factoren.

Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI)

Het is toe te juichen dat ziektekostenverzekeraars vanaf 2019 de GLI in hun basispakket opnemen. Mensen die een verhoogd risico hebben op obesitas en mensen mét obesitas komen in aanmerking voor de GLI. De verwachting is dat in de (nabije) toekomst meer zorggerelateerde en geïndiceerde preventie  in het basispakket wordt opgenomen. Het is belangrijk dat de  GLI gebruikt gaat worden. GGDrU gaat gemeenten hierbij ondersteunen (in verbinding met het lokale sociaal domein).

Investeren in meer bewegen

Een groot deel van de bevolking en daarmee ook van de ouderen beweegt te weinig, terwijl voldoende bewegen de basis is voor het behoud van fysieke capaciteiten, mobiliteit en zelfredzaamheid. Bewegen vergroot daarnaast ook de kansen om anderen te ontmoeten en eenzaamheid te verminderen. De groep ouderen die weinig beweegt heeft vaker botbreuken, meer last van verlies van spierkracht en gaat sterker achteruit in loopsnelheid. De kans is groter op het verkrijgen van lichamelijke beperkingen en cognitieve achteruitgang, dementie en Alzheimer. De gemeente kan een belangrijke bijdrage leveren aan beter beweeggedrag van ouderen. Een deel van de mensen die weinig bewegen wil best meer bewegen, maar vindt het lastig daar zelf vorm aan te geven. Belangrijk is dat ouderen zich veilig voelen om te bewegen, voetpaden beschikbaar zijn waar je ook met een hulpmiddel fijn loopt en ook rustplekken hebt voor onderweg.
Beweegtuinen, moestuinieren, sportief wandelen, bewegen in het kinderdagverblijf en een sportief schoolplein zijn voorbeelden waarbij niet alleen het bewegen centraal staat maar het plezier
en genieten en het behoud van spierkracht. De buurtsport-functionaris of welzijnscoach in combinatie met de lokale welzijnsorganisatie  kan daar bijvoorbeeld het verschil in maken. Door ouderen te stimuleren meer te bewegen, worden spierkracht en loopsnelheid bij ouderen vergroot en vermindert de kans op valincidenten en eenzaamheid. GGDrU bekijkt op lokaal niveau wat nodig is om vervolgens te kunnen adviseren hoe gemeentes kunnen investeren in meer bewegen.

Dementie

Dementie veroorzaakt in 2040 de meeste sterfte en de hoogste ziektelast. Een deel van de ouderen bevindt zich door de opeenstapeling van chronische aandoeningen en andere medische en sociale problemen in een kwetsbare situatie. Deze groep wordt groter in de toekomst. GGDrU spant zich samen met de gemeenten en andere partners in voor een dementievriendelijke samenleving.

Gezondheid en leefomgeving

De leefomgeving heeft invloed op het langer gelukkig en gezond zelfstandig leven. De integrale inrichting op basis van de omgevingswet kan een gemeente hierbij helpen (door bijvoorbeeld in de inrichting van een omgeving ook zitbankjes te plaatsen). Ook is het voor de leefomgeving belangrijk aandacht te hebben voor de bijzondere samenwerkingspartners, zoals voedselbanken, bedrijfsartsen, post- en pakketbezorgers en supermarkten (de supermarkt als het nieuwe buurthuis). GGDrU adviseert gemeenten hierin.

Rollen van GGDrU bij Langer gelukkig en gezond zelfstandig

Onderzoeken: GGDrU monitort de gegevens over volwassenen in onze regio en deelt data en kennis met de gemeenten.

Signaleren: GGDrU levert goede voorbeelden uit de regio en landelijk aan. Ook signaleert en informeert GGDrU over nieuwe aanpakken, bijvoorbeeld voor dementie, eenzaamheid en meer bewegen voor ouderen. Op basis van cijfers en ervaringen in de gemeente kan GGDrU bepaalde knelpunten voor het voetlicht brengen en agenderen.

Verbinden: Als GGDrU vinden we het belangrijk per gemeente te kijken naar de mogelijkheden op lokaal niveau en verbinding te maken met het sociaal domein. We  kijken naar het wijkgezondheidsprofiel als basis en van daaruit gaan we in gesprek met inwoners en professionals om te zien waar behoeften liggen. Vervolgens kunnen we hierop inzetten middels interventies zoals Gezonde wijkaanpak, Gezonde schoolaanpak, Sociaal Vitaal en preventiepaden (zoals Welzijn op recept). Als GGDrU ondersteunen we gemeenten bij de uitvoering van een mogelijke aanpak.
GGDrU is partner voor gemeenten bij de opgaven die er liggen door de decentralisaties in het sociaal domein. GGDrU ondersteunt gemeenten bij de lokale aanpak.

Adviseren: Op basis van onderzoek en ontwikkelingen (denk aan het Nationaal Preventieakkoord) adviseren we over langer gelukkig en gezond zelfstandig in de gemeenten in onze regio. We maken een vertaalslag voor lokaal beleid en de verbindingen die daarvoor in de regio en lokaal moeten worden gelegd.

GGDrU voert in alle gemeenten het basispakket voor gezondheidsbevordering en -bescherming uit (wettelijke taken).