Ga naar de inhoud

Olga Visser, arts infectieziektebestrijding promoveert

Om een bewuste vaccinatiekeuze te maken, is meer nodig dan de beschikbaarheid van voldoende informatie. Olga Visser, arts infectieziektebestrijding bij GGD regio Utrecht en onderzoeker bij Academische Werkplaats AMPHI, onderzocht factoren die ervoor zorgen dat zorgverleners en ouders een kinkhoestvaccinatie accepteren om jonge baby’s te beschermen tegen kinkhoest. Visser heeft een keuzehulp ontwikkeld om ouders en zorgverleners te helpen bij het nemen van een beslissing over vaccinatie. Vissers onderzoek en het door haar ontwikkelde model naar acceptatie van vaccinatie kunnen ook worden toepast bij andere vaccinatievraagstukken. Op 7 november 2018 promoveerde Visser op dit onderzoek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Onderzoeker Olga Visser vroeg aan zorgverleners en ouders van jonge kinderen wat redenen zijn om een vaccinatie tegen kinkhoest wel of niet te accepteren als deze wordt aangeboden om baby’s te beschermen. Baby’s tot een half jaar zijn namelijk nog te jong om door hun eigen vaccinaties beschermd te zijn tegen kinkhoest. Als volwassenen in hun omgeving gevaccineerd zijn, hebben deze kinderen minder kans om kinkhoest te krijgen.

Een groot percentage van zorgverleners en ouders staat positief tegenover zo’n vaccinatie. Bij jonge ouders zou 78 procent deze vaccinatie accepteren als die werd aangeboden. Bij kraamverzorgenden, verloskundigen en kinderverpleegkundigen ligt dit percentage tussen de 45 en 63 procent, afhankelijk van de beroepsgroep. Visser: “gezondheidsprofessionals en ouders willen voorkomen dat ze kinkhoest overdragen naar jonge baby’s. Het is daarom belangrijk om hen te helpen een vaccinatiekeuze te maken die past bij hun persoonlijke en professionele waarden.”

Visser toonde aan dat goede informatie voor zorgverleners en ouders niet voldoende is om een bewuste keuze te maken over een kinkhoestvaccinatie. Veel van hen vinden het moeilijk om de beschikbare informatie op waarde te schatten en konden deze niet goed gebruiken om een keuze te maken. “Ze hebben veel aandacht voor het feit dat niet alle informatie waar is, maar doordat foutieve informatie vaak herhaald wordt, is het lastig om alle informatie te wegen,” aldus Visser. Zorgverleners en ouders vonden het behulpzaam om bij het maken van hun keuze in gesprek te gaan met anderen in een vergelijkbare situatie.

Naast de verwerking van informatie zijn ook ervaring en vertrouwen belangrijke thema’s in het keuzeproces. Visser: “Eerdere ervaringen met vaccinatie of de betreffende ziekte kleuren het beeld dat mensen hebben van de vaccinatie. Ook mensen die eerder in aanraking kwamen met een verplicht vaccinatieprogramma waar ze niet helemaal achter konden staan, vertellen dat ze zich aangetast voelden in hun autonomie. Dit leidde bij een volgend vaccinatie aanbod tot extra weerstand.” Daarnaast heeft het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid, de wetenschap en de farmaceutische industrie invloed op de acceptatie van vaccinaties.

Keuzehulp

Om ouders en zorgverleners te helpen bij het nemen van een beslissing over vaccinatie, ontwikkelde Visser een keuzehulp. Daarin worden persoonlijke en professionele waarden als uitgangspunt genomen. Door deze waarden - zoals verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid of veiligheid - toe te kennen aan vaccinatie en deze te vergelijken met de eigen waarden, kunnen volwassenen beter tot een overwogen beslissing komen.

Maatschappelijke impact

In 2017 bracht de Gezondheidsraad een advies uit om zorgverleners die in direct contact komen met jonge kinderen een vaccin tegen kinkhoest aan te bieden. De minister van Sociale Zaken nam dit advies over en raadde werkgevers aan om hun werknemers dit vaccin aan te bieden. Dit gebeurt echter nog niet vaak. “Voordat mijn keuzehulp kan worden aangeboden om zorgverleners te helpen met hun keuze met betrekking tot vaccinatie, zullen werkgevers ervan overtuigd moeten worden dat ze deze vaccinatie moeten aanbieden aan hun werknemers,” zegt Visser.

Voor- en nadelen van het vrijwillige vaccinatieprogramma

Visser onderzocht ook de voor- en nadelen van het vrijwillige vaccinatieprogramma zoals dat nu in Nederland bestaat. Hierin komen belangrijke argumenten naar voren om in de Nederlandse context voorkeur te houden voor vrijwillige vaccinatie. Dit advies is ook onlangs aangeboden aan de Raad van State. Dit sluit aan bij de discussie om kinderdagverblijven toe te staan kinderen zonder vaccinaties te weigeren. Het onderzoek van Visser is niet beperkt tot vraagstukken rondom een kinkhoestvaccinatie voor volwassenen, maar kan veel breder getrokken worden. Visser: “Het ontwikkelde model kan worden toegepast op alle vaccinatievraagstukken en zo leiden tot bewustere vaccinatiekeuzes.”