Ga naar de inhoud
Zoeken

Zorgpolitie

 

“Schat, mama gaat even naar een andere kamer, ik kom zo weer terug” hoor ik moeder aan de andere kant van de lijn tegen haar dochter zeggen. Er gaan alarmbellen bij mij af. Er is iets aan de hand.

Enkele ogenblikken eerder bel ik moeder om te vragen of de afspraak goed is afgezegd. Als ze opneemt, hoor ik haar dochter Anke op de achtergrond. Ik leg aan moeder uit dat het standaardconsult met drie jaar door corona vervalt. “Mam, morgen word ik drie jaar he?” Dan zegt moeder de zin waardoor ik voel dat er iets mis is. Ze loopt naar een andere kamer. Ik hoor gestommel aan de andere kant van de lijn. “Rosanne, de laatste tijd zitten we in een emotionele achtbaan” zegt moeder tegen me. “Begin van dit jaar is mijn vader overleden. Daarna kwam corona. En toen kreeg ik te horen dat ik ziek ben. Ernstig ziek. Het is duidelijk niet ons jaar.” Ik hoor moeder ingehouden snikken aan de andere kant van de lijn. Ik luister naar het verhaal van moeder. En ik voel haar intense verdriet. Het enige wat moeder nodig heeft is een luisterend oor. Ik spreek met moeder af dat ik haar over een paar weken weer bel om te vragen hoe het gaat. Moeder zegt dat ze dit zeer op prijs stelt. Als ik na het lange telefoongesprek ophang heb ik een brok in mijn keel.

Eigenlijk is het een geluk bij een ongeluk dat er verwarring was over de afspraak. Anders had ik moeder niet gebeld en was Anke pas weer opgeroepen met drie jaar en negen maanden. Ik denk niet dat moeder zelf een afspraak had ingepland bij mij. Moeder had al genoeg aan haar hoofd. Een hulpvraag voor de Jeugdgezondheidszorg had ze niet. Met haar kinderen ging het naar omstandigheden goed. Dus waarom zou ze uit zichzelf een afspraak hebben gemaakt? En waarom is het relevant voor mij als jeugdarts om dit te weten?

Anke groeit op met een langdurig zieke ouder. Kinderen van langdurig zieke ouders zijn vaak vroeg zelfstandig, handig en erg sociaal. Het is echter wel belangrijk om in de gaten te houden dat deze kinderen niet overbelast raken door de thuissituatie. Hierdoor kunnen er klachten ontstaan als vermoeidheid, stress, concentratieproblemen, psychische problemen en/of loyaliteitsconflicten. Kinderen met lichamelijk of psychisch zieke ouders hebben twee keer zoveel kans op het ontwikkelen van ernstige opgroei- en opvoedproblemen. Bij een ouder met verslaving is dat drie keer zo hoog. Daarom is het belangrijk om gezinnen met een zieke ouder goed te volgen. Zo nodig kan ik kinderen verwijzen voor verdere ondersteuning en begeleiding.

Het is belangrijk dat kinderen vanuit de Jeugdgezondheidszorg op vaste momenten worden opgeroepen voor een afspraak. Er worden dan zaken besproken waarvan ouders niet direct beseffen dat die van invloed zijn op het opvoeden en opgroeien van het kind. Eigenlijk ben ik net de politie: waakzaam en dienstbaar.

Rosanne van der Lugt, jeugdarts