Ga naar de inhoud
Zoeken

Voorkomen is beter

 

Onlangs mocht ik een presentatie geven over mijn werk als jeugdarts op de beroepenmarkt van het Corderius College in Amersfoort. Hoe kan ik pubers in korte tijd enthousiast maken voor het werken binnen de jeugdgezondheidszorg?

“Stel je bent na zes jaar klaar met je studie geneeskunde en je kunt kiezen. Wil je dan jeugdarts, kinderarts, cardioloog of oncoloog worden?” vraag ik aan een lokaal vol pubers en hun vader of moeder. Ik leg uit dat een jeugdarts in de wijk werkt, alle kinderen ziet en als doel heeft kinderen te laten opgroeien tot gezonde en gelukkige volwassenen. Een jeugdarts probeert te voorkomen dat kinderen ziek worden. Een kinderarts werkt in het ziekenhuis en probeert zieke kinderen beter te maken. 

De meningen zijn verdeeld voor welk specialisme ze zouden kiezen. Ik vertel dat bij geneeskundestudenten specialisaties in het ziekenhuis steevast bovenaan het wensenlijstje staan. Specialisaties in het ziekenhuis hebben veel status en verdienen vaak het dubbele van wat je verdient als jeugdarts. “En toch wil ik jullie laten weten waarom werken binnen de jeugdgezondheidszorg het mooiste vak ter wereld is!” zeg ik vol enthousiasme. Ik laat een afbeelding zien van een gebroken waterleiding en vraag de groep wat ze hiermee zouden doen. De hoofdkraan dichtdraaien, vervolgens de loodgieter bellen en dweilen. Duh!!! Daar is iedereen het over eens. 

Ik laat vervolgens een filmpje zien van een baby die bijna geen adem krijgt en een slangetje in zijn neus heeft. “Wat heeft deze baby?” vraag ik. De antwoorden variëren van “de baby heeft last van het slangetje in de neus” tot “iets met slijm?”. Ik vertel aan de groep dat deze baby kinkhoest heeft. Ik vraag of kinkhoest te genezen is. De meesten denken van wel. Ik leg uit dat de medische wetenschap tot heel wat in staat is, maar kinkhoest niet te genezen is. Kinkhoest is wel te voorkomen. Door te vaccineren. Ik vraag de groep hoeveel doden er voorkomen zijn sinds de invoering van het Rijksvaccinatieprogramma in 1950. De antwoorden variëren van honderd tot een miljoen doden. Ik vertel dat er tussen de zes- en twaalfduizend doden voorkomen zijn. “Zo’n beetje het salaris van een specialist die in het ziekenhuis werkt.” In de klas wordt gegrinnikt. 

Gezond eten en voldoende beweging, leefstijl is een belangrijk thema in mijn werk. “Hoeveel procent van de nieuwe gevallen van kanker is te voorkomen door gezonde leefstijl?” vraag ik. “Ja, precies goed!” roep ik als een meisje 30% roept. “Bij hart- en vaatziekten is dit percentage maar liefst 80%” Ik laat opnieuw de afbeelding van de lekkende leiding zien. Ik leg uit dat specialisten in het ziekenhuis veel tijd kwijt zijn met dweilen. De jeugdgezondheidszorg probeert de kraan dicht te draaien. Elke euro die je investeert in de jeugdgezondheidszorg levert 11 euro op. Hoe kan het dan dat 80 miljard van het zorgbudget naar genezing en behandeling gaat en maar 2 miljard naar het voorkómen van ziekte? En waarom hebben specialisten in het ziekenhuis meer status en is hun salaris het dubbele van het salaris van een jeugdarts? In de klas is het doodstil. “Voorkomen is beter dan genezen. Kom werken bij de jeugdgezondheidszorg.” is mijn slotzin. Ik word beloond met een daverend applaus.

Rosanne van der Lugt, jeugdarts