Ga naar de inhoud
Zoeken

Slanker door kleinere borden

 

Is overgewicht het gevolg van een gebrek aan wilskracht? Of is overgewicht een logisch gevolg van een dikmakende omgeving en is het eigenlijk een wonder dat sommige mensen nog een gezond gewicht hebben?

Er komt een 7 jarig meisje bij mij voor de gehoortest. Als ik het meisje binnen roep valt me op dat het meisje zwaar is. Het meisje blijkt goed te kunnen horen. Ik wil eigenlijk ook wel weten hoe het gewicht van het meisje is. Ik hoop dat het meisje en haar moeder ermee instemmen dat ik haar weeg, meet en beiden open staan voor een gesprek over gewicht. “Zullen we ook eens kijken hoe je bent gegroeid?” vraag ik het meisje. Het meisje en haar moeder knikken. Mijn vermoeden blijkt te kloppen, het meisje heeft zwaar overgewicht. Gelukkig dat het meisje een afspraak voor haar oren bij mij had, anders was ze waarschijnlijk pas vier jaar later, met het standaardonderzoek op 11-jarige leeftijd in groep 7 weer gemeten en gewogen. Voor overgewicht maken ouders niet zo snel op eigen initiatief een afspraak.

Ik laat aan moeder en dochter de groeicurve zien. Vervolgens meet ik haar bloeddruk, die gelukkig goed is. Het meisje blijkt veel water te drinken. Vloeibaar snoep (zoete dranken) blijkt in dit geval niet een oorzaak te zijn van haar overgewicht. “Mag ik een lolly?” vraagt haar broertje aan mij die ook bij het gesprek aanwezig is en zo op het oog geen overgewicht heeft. “Het is heel bijzonder” zegt moeder “Haar broertje snoept wel en is slank. Mijn dochter snoept eigenlijk niet en is te zwaar.” Ik leg aan moeder en dochter uit dat 70-80% van je lichaamsbouw genetisch bepaald is. Moeder knikt: “Ze heeft mijn postuur”. Ik weet dat uit onderzoek blijkt dat kinderen die ervan overtuigd zijn dat ze hun teveel aan kilo’s aan hun eigen eet- en beweegpatroon te danken hebben, aanzienlijk minder zelfwaardering hebben dan kinderen die – terecht – aannemen dat hun gewicht voor een aanzienlijk deel genetisch bepaald is. “Ze eet graag en schept vaak nog een tweede keer op” vertelt moeder. Ik geef moeder een folder mee over porties en adviseer kleine borden te gaan gebruiken. Dan kan ze twee keer opscheppen, maar eet ze maar één portie. Behalve het gebruiken van kleinere borden, zijn er nog veel meer trucs die helpen om minder te eten. Eet bijvoorbeeld niet op de bank voor de televisie, maar aan tafel. Met je volle aandacht bij het eten voel je je sneller verzadigd.

Onze genen zijn nog een erfenis van een tijd waarin er schaarste was. Hoe meer calorieën, hoe beter, schreeuwen onze genen. Vandaar dat producten met zout, suiker en vet (vaak voedingsmiddelen met veel calorieën) zo onweerstaanbaar voor ons zijn. Ons lichaam is nog niet aangepast aan een omgeving van overdaad. Ik zie het dus niet als een gebruik aan wilskracht als een persoon te zwaar is. Dit maakt gesprekken over overgewicht die ik voer minder zwaar. Tijdens een consult geef ik tips om de directe omgeving gezonder te maken (zoals kleinere borden). Het is bekend dat landelijke regels voor een gezonde omgeving (zoals voor de supermarkt) nog meer gewicht in de schaal kunnen leggen. Daarom zou de overheid de supermarkt moeten stimuleren gezonde keuzes aantrekkelijk te maken (gezonde voeding in de aanbieding, ongezonde voeding duurder). Helaas blijkt in de praktijk dat vooral de ongezonde producten het vaakst in de aanbieding zijn. Er is nog genoeg werk aan de winkel.

Rosanne van der Lugt, jeugdarts