Ga naar de inhoud

In de knoop

Hoe krijg ik de touwtjes ooit weer uit de knoop? Dit vraag ik me af terwijl ik de touwtjes van de lamellen uit elkaar probeer te halen. Zojuist een meisje in de spreekkamer gehad waarvan ik me afvraag: zit dit meisje inderdaad in de knoop? En zo ja, hoe komen de touwtjes weer uit de knoop?

Als ik de drie-jarige Emmelé binnen roep valt het me op dat ze amper oogcontact met me maakt. Vader vertelt dat hij zich zorgen maakt om zijn dochter. Hij vraagt zich af of zijn dochter niet dom is. Het meisje kan al best goed praten, maar als ze snel praat gaat ze soms over op brabbelen. Ik vraag aan vader hoe hij denkt over het contact dat zijn dochter met anderen maakt. Vader geeft aan dat hij zich hier geen zorgen over maakt. Emmelé blijkt een meisje met een sterke eigen wil, het is lastig om haar tijdens het consult bepaalde opdrachtjes te laten doen. Vader erkent de sterke eigen wil van het meisje. Hij geeft aan dat in de opvoeding vader en moeder niet altijd op één lijn zitten. Opvoedingsondersteuning zien beide ouders op dit moment niet zitten. Ouders hebben een beperkt netwerk waar ze op terug kunnen vallen. Terwijl ik met vader in gesprek ben begint Emmelé aan de tafel te likken. Vader vraagt aan mij of Emmelé zich wel normaal ontwikkelt. In de twintig minuten die ik vandaag de tijd heb zie ik zeker bepaalde dingen waarin Emmelé opvalt. Maar ik vind het lastig om mijn vinger erop te leggen. Zit dit meisje inderdaad in de knoop? En zo ja, hoe komen de touwtjes weer uit de knoop?

Ik besluit om de praktijkondersteuner voor Jeugd GGZ bij dit meisje in te schakelen. De praktijkondersteuner voor de Jeugd GGZ is sinds een half jaar bij wijze van proef gekoppeld aan de huisartsenpraktijken in de wijk waar ik werk. Ik werk heel prettig met haar samen. Deze praktijkondersteuner is een kundige orthopedagoog, ze heeft geen wachtlijst en één belletje of mailtje is voldoende om een kind aan te melden. Zij kan observeren, ondersteunen en verder toeleiden.

Dan open ik mijn mail. Een GGZ-organisatie heeft mij gemaild over een ander gezin waarin ik ook zoekende ben in wat er precies speelt en welke begeleiding passend is. De verwijzing blijkt onvolledig. En dat is toch bijzonder voor een uitgebreide verwijsbrief die is voortgekomen uit een goed gesprek met ouders van meer dan uur. Er ontbreekt in de verwijsbrief of Basis GGZ of Specialistische GGZ nodig is en een (vermoeden van) diagnose, aldus de rode kruisjes bij het voorgedrukte formulier. Ik zucht diep. Het voelt alsof ik zou moeten weten welk touwtje de knoop heeft veroorzaakt voordat er aan het ontwaren van de knoop mag worden begonnen. Had ik in dit geval ook niet beter kunnen doorverwijzen naar de praktijkondersteuner voor Jeugd GGZ?

Rosanne van der Lugt, jeugdarts