Ga naar de inhoud
Zoeken

Discipline is topsport

 

Sporten, mediteren, gezond eten, voldoende slapen, meer water drinken, vaker contact opnemen met familie en vrienden: allemaal prachtige voornemens. Maar hoe werk ik aan discipline?

Gisteren heb ik de laatste afleveringen gekeken van ‘The Last Dance’ op Netflix, over hoogte- en dieptepunten uit de carrière van Michael Jordan. Een waanzinnig goed opgebouwde documentaire, waar ik zonder jaloezie naar kan kijken. Ik kan namelijk mijn lengte onder de 1.90 – los van het feit dat ik nul basketbalervaring heb – als excuus gebruiken als reden waarom ik het zelf niet heb gemaakt in de NBA. 

Daarnaast herken ik ook een patroon bij het bekijken van dit soort beelden. Na afloop zit ik vol adrenaline en ben ik vastbesloten om net zo hard te werken om een zelfbedacht doel te bereiken; lichamelijk, mentaal of qua carrière. Voor een dag of twee. Daarna komt de man met de sleurhamer om de hoek zetten en val ik terug in oude gewoontes, die vaak samengaan met te weinig beweging of teveel chocola. 

In de documentaire vertelt Michael dat hij een aangeboren, instinctieve drive heeft om te winnen. Dat hij alles op alles zet om dit te bereiken. Verliezen is zo onacceptabel, dat dit hem voldoende motiveert voor de leefstijl die hierbij komt kijken. Daarnaast heeft hij het DNA en de training om continu in het hier en nu te leven en zijn angsten tijdelijk opzij te zetten. Wie wil dat nou niet?

Laat ik duidelijk zijn: niet iedereen moet zulke, bijna bovenmenselijke, prestaties verwachten of proberen te halen. Maar sinds ik werk met tieners, vaak met ziekteverzuim door psychische redenen, zie ik de waarde van wat mensen die goed in hun vel zitten vaak op orde hebben: gedisciplineerd een regelmaat aanhouden en doelen stellen. Dit is waar het bij jongeren – en ook volwassenen – fout kan gaan, zeker in deze tijd met minder houvast. Gevolg kan zijn een vicieuze cirkel van somberheid, slapeloosheid en hele dagen niks doen (behalve bankhangen en het kijken naar ‘Too Hot to Handle’, ‘Hotter than my Daughter’ of andere warme tv-programma’s).

In dit soort gevallen maak ik een inschatting of extra hulpverlening nodig is om jongeren hierbij te helpen. Maar een effectieve ingreep die ik ook vaak inzet is het maken van een weekplanning: één keer per week uitwerken wat je gaat doen en dit ergens opplakken, zodat ook je huisgenoten je hieraan kunnen houden. Met natuurlijk een gezonde balans tussen inspanning en ontspanning. En daarnaast: telkens kleine stappen zetten, jezelf belonen als het een tijdje goed gaat, en de boel weer oppakken als het een keer flink misgaat.

Zo probeer ik ook zelf sport en andere vormen van ontspanning regelmatiger in mijn agenda te verwerken. Nu alleen nog de discipline ontwikkelen om elke week zo’n planning te maken…

Hajo Krol, jeugdarts