Ga naar de inhoud

Agressief gedrag

Agressief gedrag is menselijk, maar toch schrikt u wanneer uw eigen kind schopt, bijt of slaat. Een kind kan agressief gedrag vertonen uit frustratie, boosheid, onmacht of angst. Zelfs bij heel jonge kinderen komt dat voor.

Zelf doen!

Als uw kind ouder wordt, zal het steeds meer dingen zelf willen doen. Peuters kunnen ervan overtuigd zijn dat ze iets kunnen, en als het dan toch niet lukt (of niet mag), is de kans groot dat ze boos en gefrustreerd raken. Dat kunnen ze afreageren op hun speelgoed, maar ook op andere kinderen of op hun ouders.

Bijten, schoppen, slaan

Jonge kinderen kunnen hun gevoelens nog niet goed beheersen en ze ook nog niet op een goede manier uiten, zoals door te praten. Ze kunnen hun boosheid wel lichamelijk uiten, bijvoorbeeld door te bijten, schoppen, duwen of slaan. Tot de leeftijd van 3 jaar vertonen de meeste kinderen wel eens agressief gedrag. Hier denken ze niet bij na. Daarna neem het af, doordat kinderen steeds beter leren praten en negatief gedrag afleren.

Wat kunt u doen tegen agressief gedrag?

  • Reageer onmiddellijk als uw kind een ander pijn doet. Ga er naartoe, maak contact en zeg duidelijk en beslist: ‘Nee, niet pijn doen.’
  • Blijf rustig. Als uw kind slaat, sla dan niet terug.
  • Stemverheffing of schreeuwen helpt ook niet.
  • U kunt uw kind beter even apart zetten als straf. Het is belangrijk dat u het gedrag daarna met uw kind bespreekt.
  • Vertel uw kind op een rustige maar duidelijke toon welk gedrag u niet accepteert en waarom niet, bijvoorbeeld omdat het pijn doet.
  • Vertel ook dat u begrijpt dat uw kind zich boos voelt, maar dat het niet mag slaan, schoppen of bijten. Op die manier stelt u duidelijke regels en grenzen aan het gedrag van uw kind.
  • Verder is ‘sorry zeggen’ natuurlijk ook belangrijk, maar verplicht kusjes geven aan het slachtoffer lokt vaak weer een nieuwe uithaal uit. Houd het liever neutraal.
  • Het allerbelangrijkste is dat u uw kind elke keer complimenten geeft als u ziet dat het goed samenspeelt.