Ga naar de inhoud

Spraak en taal stimuleren

U kunt als ouder verschillende dingen doen om de spraak- en taalontwikkeling van uw kind te stimuleren. Hieronder staat een aantal van die mogelijkheden beschreven.

Gesprekjes voeren met uw kind

Neem de tijd om goed te kijken en luisteren naar uw kind. U merkt dan waar uw kind mee bezig is. Daar kunt u dan met elkaar over praten. Ook is het goed om op vaste momenten gesprekjes met uw kind te voeren, bijvoorbeeld als het thuiskomt van de peuterspeelzaal.

Correct taalgebruik

Gebruik correcte taal. Maak volledige zinnen en spreek de woorden goed uit. Zeg dus niet: ‘Heb je au gedaan?’

Veel ervaringen en veel soorten ervaringen

Om een grote woordenschat te ontwikkelen, is het nodig dat uw kind veel meemaakt en in verschillende situaties komt. Op een station ziet u andere dingen dan thuis, en gebruikt u dus ook andere woorden. Verder leren kinderen zo dat woorden verschillende betekenissen kunnen hebben. Een bank is bijvoorbeeld een ding om op te zitten, maar ook een gebouw waar u geld kunt halen.

Ervaringen verwoorden

Wen u aan om te praten bij alles wat u samen doet. Zeg wat uw kind ziet, hoort, voelt, ruikt en proeft. Vanaf 3 jaar praat uw niet alleen over wat er hier en nu gebeurt, maar ook over wat er is gebeurd (in het verleden), zou kunnen gebeuren (in de toekomst), of over fantasie.

Benoemen en begrippen gebruiken

Noem de namen van dingen, mensen en dieren. Zeg bijvoorbeeld: ‘Kun je me het kopje aangeven dat op de tafel staat?’ Zeg liever niet: ‘Geef me dat.’

Gevoelens verwoorden

Als u gevoelens benoemt, leert uw kind gevoelens van zichzelf en anderen kennen, en ook zelf gevoelens uitdrukken. Zo kunt u bijvoorbeeld zeggen: ‘Je vindt het niet leuk dat je nu moet opruimen.’

Herhalen en toevoegen

Herhaal de zinnen van uw kind, maak ze langer of voeg er informatie aan toe. Dat kunt u het best op een vragende, uitnodigende manier doen. Uw kind zegt bijvoorbeeld: ‘Ik toren gemaakt.’ Dan zeg jij: ‘Heb je een toren gebouwd?’ Op die manier wordt uw kind uitgenodigd om verder te praten.

Geef antwoord en stel vragen

Antwoord geven stimuleert het denken en de taalontwikkeling van uw kind. Vraag niet alleen: ‘Wat is dat?’ maar stel vooral vragen waardoor uw kind gaat denken en praten. Vraag bijvoorbeeld: ‘Wat heb je op de speelzaal gebouwd?’ of: ‘Waarom vind je dat leuker?’ Goede vragen sluiten aan bij de interesse en bezigheden van uw kind en bevorderen uw gesprek.

Speel met uw kind

Samen spelletjes spelen is een goede manier om veel met elkaar te praten. Vooral spelletjes waarbij u doet alsof zijn heel goed voor de taalontwikkeling. Verder zijn er veel spelletjes waarbij uw kind woorden leert en leert nadenken en onthouden, zoals lotto en memory. Geef uw kind ook veel gelegenheid om te spelen met andere kinderen.

Voorlezen en verhaaltjes vertellen

Dagelijks voorlezen is leuk en gezellig, en kinderen leren er veel van, vooral als ze actief meedoen. Vertel ook af en toe een verhaaltje, aan de hand van plaatjes, over iets wat uw kind heeft meegemaakt, of een fantasieverhaal.

Boeken in huis

Zorg dat u verschillende soorten boeken in huis hebt, zoals prentenboeken, informatieboeken, boeken met liedjes en rijmpjes, en voorleesboeken. Ook zijn er kindertijdschriften en luisterboeken. Ga regelmatig naar de bibliotheek maar zorg ook voor eigen boeken. Kinderen hechten zich aan boeken. Zorg dat uw kind de boeken makkelijk kan pakken.

Computer en televisie

Digitale voorleesboekjes, ook wel ‘levende boeken’ genoemd, zijn heel goed voor de taalontwikkeling. Als u samen kijkt, kunt u uitleg geven en er samen over praten. Er zijn ook goede televisieprogramma’s, websites en apps voor peuters.

Liedjes, versjes en rijmpjes

Jonge kinderen zijn geboeid door liedjes en versjes. Als uw kind iets ouder wordt, vindt het woordgrapjes heel leuk en begint het te rijmen. Veel rijmen met elkaar kost weinig tijd, is gezellig en is heel goed voor de taal en het denken van uw kind. Verder is het een goed idee om leuke taalspelletjes te spelen, zoals ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’.

Kennismaken met schrift

Vanaf 3 jaar beginnen kinderen interesse te krijgen voor schriftelijk taalgebruik. Op een speelse manier kunt u kinderen al letters en cijfers leren, en uitleggen hoe u een boodschappenlijstje maakt of een kaartje stuurt aan oma.