Ga naar de inhoud

Zelfvertrouwen

Ieder kind is een persoontje met rechten en voorkeuren. Vanaf 1 jaar wil uw kind steeds meer zelf dingen doen en zelf kiezen. Houd rekening met wat uw kind wil.

Kijk naar wat goed gaat

Kinderen leren door uit te proberen. Geef uw kind de kans om veel te ontdekken, want van ervaringen leert het. Natuurlijk gaat het ook wel eens mis. Bovendien weet een peuter nog niet goed wat wel mag en wat niet mag. Als ouder kunt u soms de neiging hebben om te letten op wat er fout gaat, maar het is heel belangrijk om vooral ook te letten op wat uw kind goed doet.

Positief reageren

Positief reageren versterkt het zelfvertrouwen van uw kind. Daardoor voelen kinderen zich gewaardeerd en krijgen ze een positief zelfbeeld. Ze worden actiever, durven ook lastige dingen aan te pakken, leren door te zetten en worden zelfstandiger. We vinden het soms heel gewoon dat kinderen hun bord leegeten, lief alleen spelen en doen wat we zeggen, maar eigenlijk is dat voor een peuter heel knap! Door er wel regelmatig iets positiefs over te zeggen, laat u merken dat u uw kind ziet, en dat u blij bent met wat het doet. U kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Je hebt zelf je schoenen al aangetrokken. Goed, zeg.’ Uw kind gaat dit dan de volgende keer weer doen. Kinderen leren het meest doordat ze horen en merken wat er goed gaat. Als goed gedrag wordt beloond door aandacht en positieve reacties, gaat uw kind dat gedrag herhalen.

Hoe bouwt u aan het zelfvertrouwen van uw kind?

U kunt op verschillende manieren positief reageren, met een knuffel, een aai over de bol of een knipoog. U kunt iets liefs zeggen, of een cadeautje geven. Waar u voor kiest hangt af van de situatie, van uw kind en van uzelf. Uw kind moet voelen dat u het meent. Vertel ook wat u goed vindt en waarom u dit goed vindt. Reageer meteen op positief gedrag, niet pas na een tijdje, en beloon ook een poging die niet helemaal gelukt is. Zeg dan bijvoorbeeld: ‘Jij hebt goed geprobeerd om zelf je rits vast te maken.’