Ga naar de inhoud

Verlegenheid

Peuters ontdekken hun ‘eigen ik’, ze worden zich bewust van zichzelf. Bij vreemden of in een onbekende situatie kunnen ze daardoor verlegen worden. Dat is heel normaal op deze leeftijd. Uw kind kruipt weg of zegt niets meer en moet even wennen voor het zich weer veilig en vertrouwd voelt.

Probeer uw peuter te begrijpen

Past de verlegenheid bij de leeftijd van uw kind? Heeft de verlegenheid met het temperament van uw kind te maken? Praat er met mensen over die uw kind kennen, zonder dat uw kind daar bij is.

Hoe kunt u uw kind steunen?

Als uw kind volgens u te verlegen is of zelf last heeft van zijn verlegenheid, zijn er verschillende dingen die u kunt doen.

  • Houd rekening met het temperament van uw kind. Neem uw kind bijvoorbeeld niet steeds overal mee naar toe als het heel moeilijk went aan nieuwe situaties.
  • Leef u in in uw kind, zodat u kunt inschatten hoe uw kind zal reageren in een nieuwe situatie en wat het aan zou kunnen. Probeer daar net boven te gaan zitten. Zo helpt u uw peuter op een zachte manier door angstwekkende situaties heen. Dit is goed voor het zelfvertrouwen.
  • Prijs achteraf zijn pogingen om een nieuwe situatie aan te gaan. Dit is goed voor het opbouwen van een positief zelfbeeld.
  • Maak het onbekende bekend. Vertel bijvoorbeeld waar u heen gaat en wie daar is.
  • Doe iets samen als uw kind het moeilijk vindt.

Wat kunt u beter niet doen?

  • Besteed niet te veel aandacht aan de verlegenheid.
  • Noem uw kind niet verlegen en sta ook niet toe dat anderen uw kind verlegen noemen. Zeg bijvoorbeeld tegen mensen die uw kind verlegen noemen dat het heel normaal is om niet zomaar iedereen te vertrouwen.
  • Houd uw kind niet overbeschermend weg van moeilijke situaties.
  • Wees niet boos en dwing uw kind niet om tegen de angst in door te zetten. Dit maakt uw kind onzeker en boos.
  • Manipuleer nooit met uitspraken als: "Als je zo doet, vind ik je niet meer lief."