Ga naar de inhoud

Peuterpuberteit

Kinderen tussen de 18 maanden en 4 jaar gaan de wereld ontdekken. Ze merken dat ze een individu zijn (een eigen ik hebben) en gaan hun grenzen verkennen. Ze willen steeds meer zelf doen en van alles uitproberen.

Natuurlijk lukt nog niet alles, en dat werkt frustratie en angst in de hand. Hun stemming kan gemakkelijk omslaan en ze kunnen zich nog niet beheersen. Deze fase wordt soms de peuterpuberteit genoemd.

Wat merkt u in de peuterpuberteit?

Uw zoon wil zelf zijn jas aantrekken, maar krijgt de rits nog niet dicht. Dit frustreert hem enorm. Als u hem wilt helpen, wijst hij dat af. Dit is waarschijnlijk een heel herkenbaar voorbeeld van wat u in de peuterpuberteit kunt meemaken. Vaak komen er heftige emoties bij te pas. Driftbuien komen nogal eens voor in deze periode. Soms ziet u dan dat peuters hun adem inhouden, schreeuwen, grommen of op de grond gaan liggen gillen.

Wat kunt u beter niet doen?

Het is beter om uw kind niet te straffen, want dat is een negatieve vorm van aandacht. Uw kind kan zich de volgende keer weer zo gaan gedragen om maar weer aandacht te krijgen. Zit uw kind midden in een driftbui, dan heeft onderhandelen geen zin. Toegeven aan wat het wil, is ook geen handige oplossing. Daardoor krijgen kinderen in de gaten dat driftig worden loont.

Tips voor een positieve benadering

  • Negatief gedrag negeren is eigenlijk het beste wat u kunt doen. Schenk er gewoon geen aandacht aan.
  • Soms kunt u een driftbui voorkomen door uw kind op tijd af te leiden.
  • Voor het zelfvertrouwen en het zelfbeeld van uw kind is het heel goed om positief gedrag te belonen. Vertel uw dochter bijvoorbeeld dat u het knap vindt dat ze haar eigen schoenen heeft aangetrokken.
  • Het is slim om uw lichaamstaal in overeenstemming te brengen met wat u zegt. Als u zegt dat iets niet mag, doe dat dan niet met een lachend gezicht.
  • Als u iets gedaan wilt krijgen van uw kind, is het beter om het niet de kans te geven om ‘nee’ te zeggen. In plaats van te zeggen: ‘Trek je broek eens aan,’ kunt u bijvoorbeeld de keuze geven uit twee dingen: ‘Wil je de rode broek of de spijkerbroek aan vandaag?’
  • Peuters vinden het fijn om zo veel mogelijk zelf te doen. Geef uw kind die kans, moedig het aan en geef complimentjes. Ook voor mislukte pogingen kunt u complimentjes geven. U kunt dan bijvoorbeeld zeggen: ‘Je hebt geprobeerd op het potje te plassen. Wat goed van je!’
  • Duidelijk en consequent zijn is voor uw peuter heel belangrijk.
  • Na een driftbui kunt u samen praten over het ongewenste gedrag.
  • U kunt uw kind even apart zetten om af te koelen.