Ga naar de inhoud

Extern onderzoek

Als het niet lukt om zwanger te worden, kun je een vruchtbaarheidsonderzoek laten doen. In eerste instantie maak je dan een afspraak voor een gesprek met de arts en een kort lichamelijk onderzoek, eventueel aangevuld met een echo(grafie).

Onderzoek bij man en vrouw

Na het eerste gesprek volgt een onderzoek naar de spermakwaliteit bij de man en een bloedonderzoek bij de vrouw. Bij dit laatste onderzoek wordt gekeken naar afweerstoffen tegen rodehond en chlamydia. Dit zijn ziekten die de vruchtbaarheid kunnen schaden.

Lichamelijk onderzoek en echo

Als het resultaat van deze onderzoeken onvoldoende duidelijkheid biedt, kunnen ook de baarmoeder en de eierstokken onderzocht worden. Dat gebeurt via een vaginaal onderzoek en een inwendige (vaginale) echo. De gynaecoloog kan zien of er afwijkingen zijn aan de baarmoeder of de eierstokken. Bij dit onderzoek kun je ook zien of er rijpende eicellen aanwezig zijn.

Uitstrijkje

Om te kijken of je een onopgemerkte infectie hebt of dat er afwijkingen zijn aan de cellen van de baarmoedermond, worden er een uitstrijkjes gemaakt. Deze uitstrijkjes vinden plaats ongeveer vijf dagen, drie dagen en één dag voor de te verwachten eisprong. Er wordt gekeken of je genoeg slijm produceert en of het slijm voldoende doorgankelijk is voor de zaadcellen.

Eisprongonderzoek

Via bloedonderzoek (in combinatie met vragenlijsten) kijkt de gynaecoloog of de juiste hormonen in de juiste hoeveelheid in je bloed aanwezig zijn. Op deze manier onderzoekt de arts de werking van de eierstokken. De gynaecoloog kan hieruit afleiden of je een eisprong hebt en hoe vaak je dat hebt. Het is ook handig als je zelf iedere ochtend vlak na het wakker worden je temperatuur opneemt. Houd die dan bij op een temperatuurcurve. Daaraan kan de gynaecoloog ook zien of je ovuleert.

Poliklinische kijkoperatie

Een laatste mogelijkheid om meer duidelijkheid te krijgen, is een poliklinische kijkoperatie (laparoscopie). Hierbij worden de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken van binnen bekeken en onderzocht op eventuele afwijkingen.

Sperma-analyse

Bij een sperma-analyse wordt gekeken naar de bijdrage van de man. Hoeveel zaadcellen bevat een zaadlozing? En hoe is het gesteld met de kwaliteit, de vorm en de beweeglijkheid van de zaadcellen?

Echografie bij de man

Blijkt uit de sperma-analyse dat er geen tot weinig bewegende zaadcellen zijn? Dan kan er een echo gemaakt worden van de zaadballen om te zien of er misschien ergens een blokkade is die de zaadcellen tegenhoudt.

De uitslag van het onderzoek

Na de onderzoeken is het wachten op de uitslag. Soms wordt er een oorzaak gevonden, soms ook niet. Je kunt er dan voor kiezen om nog verder onderzoek te laten doen.

Als er wel een oorzaak gevonden wordt, is het soms mogelijk om gericht te gaan behandelen. Dit is een heel spannende tijd. Bij 20 procent van de stellen die onderzocht worden op oorzaken van verminderde vruchtbaarheid, kan er geen oorzaak gevonden worden. Samen met de gynaecoloog kun je dan zoeken naar een oplossing.

 

 

Goedgekeurde informatie!

Stichting Opvoeden.nl zorgt er met ouders en deskundigen uit de wetenschap en praktijk voor dat deze informatie betrouwbaar en actueel blijft.