Ga naar de inhoud

Tbc-onderzoek en behandeling

De GGD voert zowel het onderzoek als de behandeling van tuberculose (tbc) uit. Tuberculose kan worden onderzocht met een Mantouxtest, röntgenfoto of bloedonderzoek. De ziekte is over het algemeen goed te behandelen.

Onderzoek

Er zijn diverse methoden om tuberculose (tbc) te onderzoeken. Hieronder staan de methoden beschreven:

  • Mantouxtest: een GGD-medewerker spuit in uw linkerarm een kleine hoeveelheid vloeistof.
    Deze vloeistof is niet gevaarlijk als u zwanger bent of als u een lage weerstand heeft. Twee tot drie dagen later, controleert de GGD-medewerker of er een reactie is op uw linkerarm. Als u tuberculose (tbc) of een tuberculose-infectie heeft gehad, krijgt u geen Mantouxtest. 

  • Röntgenfoto: er kan een röntgenfoto van uw longen worden gemaakt. De röntgenfoto kan ontstekingen in de longen aantonen. Deze kunnen wijzen op tuberculose. Geef hierbij altijd door als u zwanger bent.

  • Bloedonderzoek: in sommige gevallen kan het nodig zijn dat er bloed geprikt wordt. Het bloed wordt in het laboratorium onderzocht op afweerstoffen tegen tuberculose.

Behandeling

Tuberculose (tbc) is goed te behandelen. De behandeling bestaat uit een medicijnkuur van minimaal zes maanden. Het is hierbij heel belangrijk dat de patiënt trouw elke dag de medicatie slikt. Een verpleegkundige van de GGD begeleidt de patiënt tijdens de behandeling.

Bron- en contactonderzoek

Bij besmettelijke tbc-patiënten onderzoekt de GGD of ook andere mensen zijn besmet. Mensen die veel contact hebben gehad met de patiënt, worden als eerste onderzocht. De GGD onderzoekt ook door wie de patiënt zelf is besmet.